Kabeldoorsnede per automaat: Welke kabel bij welke zekering?
Kabeldoorsneden per automatische zekering volgens AREI 4.4.1.4 en 5.2.1.2 — met de volledige Tabel 4.11 voor smeltzekering en vermogensschakelaar.
Kabeldoorsnede per automaat
De zekering beschermt de kabel, niet het toestel. Als een te dunne kabel op een te grote automaat wordt aangesloten, kan de kabel oververhitten en brand veroorzaken. De juiste afstemming van kabeldoorsnede en nominale stroom van de automaat is veiligheidskritisch en verplicht volgens het AREI.
Snel overzicht: automaat → minimumdoorsnede
Dit overzicht leest Tabel 4.11 in de richting waarin de vraag op de werf gesteld wordt: de automaat staat vast, gezocht is de kleinste toegelaten doorsnede in koper.
| Automaat | Minimum kabeldoorsnede | Typische toepassing |
|---|---|---|
| 10 A | 1,5 mm² (Tabel 4.11 laat 1 mm² toe, maar Tabel 5.1 staat die doorsnede niet toe in vaste leidingen) | Verlichting |
| 16 A | 1,5 mm² volgens Tabel 4.11; voor stopcontactkringen echter minstens 2,5 mm² volgens 5.2.1.2 | Verlichting, kringen zonder stopcontacten |
| 20 A | 2,5 mm² als bovengrens uit Tabel 4.11; plaatsing, omgeving en spanningsval kunnen een grotere doorsnede vereisen | Toegewezen eindkring |
| 25 A | 4 mm² | Eindkring met hogere belasting |
| 32 A | 6 mm² | Kookplaat, doorstroomverwarmer |
| 40 A | 6 mm² (AREI-minimum volgens Tabel 4.11: 6 mm² → max. 40 A-automaat); voor hoofdvoedingskabels is 10 mm² gangbaar in de praktijk (reserve, spanningsval) | Hoofdschakelaar, voedingskabel |
| 63 A | 10 mm² | Voeding onderverdeling |
| 80 A | 16 mm² | Voedingskabel, hoofdschakelaar |
| 100 A | 25 mm² | Voedingskabel, hoofdschakelaar |
De volledige Tabel 4.11
Het AREI zelf zet de toewijzing in de omgekeerde richting: per geleidersdoorsnede het grootste toegelaten kaliber van de beschermingsinrichting — afzonderlijk voor de smeltzekering en voor de vermogensschakelaar. Voor dezelfde leiding ligt de grens voor de smeltzekering daarom steeds één kaliber onder die van de automaat.
Tabel 4.11 — Kaliber van de beschermingsinrichting in functie van de doorsnede der geleiders (AREI 4.4.1.4)
| Geleidersdoorsnede | Max. smeltzekering | Max. vermogensschakelaar | Gebruik in huishoudelijke installaties |
|---|---|---|---|
| 0,5 mm² | 2 A | 4 A | enkel stuur-, controle-, meld- en meetkringen |
| 0,75 mm² | 4 A | 6 A | enkel ingebouwde kringen in verdeelborden |
| 1 mm² | 6 A | 10 A | geen toegelaten uitzondering volgens Tabel 5.1 |
| 1,5 mm² | 10 A | 16 A | kringen zonder stopcontacten |
| 2,5 mm² | 16 A | 20 A | algemeen toegelaten |
| 4 mm² | 20 A | 25 A | algemeen toegelaten |
| 6 mm² | 32 A | 40 A | algemeen toegelaten |
| 10 mm² | 50 A | 63 A | algemeen toegelaten |
| 16 mm² | 63 A | 80 A | algemeen toegelaten |
| 25 mm² | 80 A | 100 A | algemeen toegelaten |
| 35 mm² | 100 A | 125 A | algemeen toegelaten |
De drie kleinste rijen blijven in een gewone woninginstallatie onbereikbaar. AREI 5.2.1.2 verbiedt geïsoleerde geleiders onder 2,5 mm², behalve wanneer ze integraal deel uitmaken van een machine of toestel. Toegelaten zijn enkel de uitzonderingen van Tabel 5.1: 1,5 mm² voor kringen zonder stopcontacten, 0,75 mm² voor in verdeelborden ingebouwde kringen die één enkel stopcontact voeden, en 0,5 mm² voor stuur-, controle-, meld- en meetkringen. 1 mm² staat niet in Tabel 5.1 — de tabelwaarde “6 A smeltzekering / 10 A automaat” leidt voor een vaste leiding dus nergens toe.
Belangrijk: Tabel 4.11 geeft de maximale automaat per doorsnede voor huishoudelijke installaties. Ze bewijst niet op zichzelf dat een kabel in elke plaatsingswijze voldoende stroom kan voeren. Isolatie, opbouw, plaatsing, omgevingstemperatuur en spanningsval blijven afzonderlijk te beoordelen. Voor niet-huishoudelijke installaties geldt de tabel niet; daar wordt de stroombelastbaarheid berekend volgens de regels van goed vakmanschap.
AREI-basis
| AREI Artikel | Regel |
|---|---|
| Art. 4.4.1.4 | Tabel 4.11: Maximale nominale stroom van smeltzekering en vermogensschakelaar per geleidersdoorsnede voor huishoudelijke installaties |
| Art. 5.2.1.2 | Keuze van elektrische leidingen: doorsneden onder 2,5 mm² verboden, uitzonderingen volgens Tabel 5.1 (1,5 mm² voor kringen zonder stopcontacten) |
| Tabel 5.1 | Elektrische leidingen waarvan de doorsnede minder dan 2,5 mm² mag bedragen: 1,5 mm², 0,75 mm² en 0,5 mm², elk met vastgelegd toepassingsgebied |
| Art. 5.2.5 | Spanningsverandering (spanningsval) in leidingen moet beperkt worden tot de in de regels van het vak beschreven waarden |
Waarom is dit belangrijk?
Een kabel met een te kleine doorsnede wordt bij hoge belasting warm. Als de automaat te groot gedimensioneerd is, schakelt hij niet tijdig uit — de kabel oververhit en er ontstaat brandgevaar. Daarom geldt altijd: De automaat moet kleiner of gelijk zijn aan de stroombelastbaarheid van de kabel.
Spanningsval in rekening brengen
Bij lange kabeltrajecten (bv. van de verdeler in de kelder naar de garage) kan de spanningsval te groot worden. AREI 5.2.5 noemt zelf geen percentage, maar verwijst naar de regels van goed vakmanschap. Voor de voorstudie worden doorgaans 3 % voor verlichting en 5 % voor andere eindkringen gebruikt. Daardoor kan een grotere doorsnede nodig zijn dan de tabelwaarde.
Lees hoe lengte, belasting en fase samen doorwegen in spanningsval berekenen en kabeldoorsnede kiezen, of gebruik meteen de gratis spanningsvaltool.
Veelgemaakte fout bij de keuring
Een van de meest voorkomende gebreken bij de elektrokeuring: automaat te groot voor de geïnstalleerde kabeldoorsnede. Vooral bij oudere installaties met 1,5 mm² leidingen die achteraf met 20 A-automaten werden beveiligd.
Bij het vervangen van oude smeltzekeringen door automaten is een blik op beide kolommen nuttig: een leiding van 1,5 mm² op een smeltzekering van 10 A is toegelaten, met een automaat van 16 A eveneens — een automaat van 20 A op diezelfde leiding niet.
Gerelateerde artikelen
Leg kabeldoorsneden en beveiligingen vast met PlanElec. De zelfcontrole kan ondersteunde combinaties signaleren, maar vervangt geen professionele berekening.