FAQ

Kabeldoorsnede per automaat: Welke kabel bij welke zekering?

Kabeldoorsneden per automatische zekering volgens AREI 4.4.1.4 en 5.2.1.2 — met de volledige Tabel 4.11 voor smeltzekering en vermogensschakelaar.

Gepubliceerd op 18 maart 2026 Bijgewerkt op 17 augustus 2026 6 min

Kabeldoorsnede per automaat

De zekering beschermt de kabel, niet het toestel. Als een te dunne kabel op een te grote automaat wordt aangesloten, kan de kabel oververhitten en brand veroorzaken. De juiste afstemming van kabeldoorsnede en nominale stroom van de automaat is veiligheidskritisch en verplicht volgens het AREI.

Snel overzicht: automaat → minimumdoorsnede

Dit overzicht leest Tabel 4.11 in de richting waarin de vraag op de werf gesteld wordt: de automaat staat vast, gezocht is de kleinste toegelaten doorsnede in koper.

AutomaatMinimum kabeldoorsnedeTypische toepassing
10 A1,5 mm² (Tabel 4.11 laat 1 mm² toe, maar Tabel 5.1 staat die doorsnede niet toe in vaste leidingen)Verlichting
16 A1,5 mm² volgens Tabel 4.11; voor stopcontactkringen echter minstens 2,5 mm² volgens 5.2.1.2Verlichting, kringen zonder stopcontacten
20 A2,5 mm² als bovengrens uit Tabel 4.11; plaatsing, omgeving en spanningsval kunnen een grotere doorsnede vereisenToegewezen eindkring
25 A4 mm²Eindkring met hogere belasting
32 A6 mm²Kookplaat, doorstroomverwarmer
40 A6 mm² (AREI-minimum volgens Tabel 4.11: 6 mm² → max. 40 A-automaat); voor hoofdvoedingskabels is 10 mm² gangbaar in de praktijk (reserve, spanningsval)Hoofdschakelaar, voedingskabel
63 A10 mm²Voeding onderverdeling
80 A16 mm²Voedingskabel, hoofdschakelaar
100 A25 mm²Voedingskabel, hoofdschakelaar

De volledige Tabel 4.11

Het AREI zelf zet de toewijzing in de omgekeerde richting: per geleidersdoorsnede het grootste toegelaten kaliber van de beschermingsinrichting — afzonderlijk voor de smeltzekering en voor de vermogensschakelaar. Voor dezelfde leiding ligt de grens voor de smeltzekering daarom steeds één kaliber onder die van de automaat.

Tabel 4.11 — Kaliber van de beschermingsinrichting in functie van de doorsnede der geleiders (AREI 4.4.1.4)

GeleidersdoorsnedeMax. smeltzekeringMax. vermogensschakelaarGebruik in huishoudelijke installaties
0,5 mm²2 A4 Aenkel stuur-, controle-, meld- en meetkringen
0,75 mm²4 A6 Aenkel ingebouwde kringen in verdeelborden
1 mm²6 A10 Ageen toegelaten uitzondering volgens Tabel 5.1
1,5 mm²10 A16 Akringen zonder stopcontacten
2,5 mm²16 A20 Aalgemeen toegelaten
4 mm²20 A25 Aalgemeen toegelaten
6 mm²32 A40 Aalgemeen toegelaten
10 mm²50 A63 Aalgemeen toegelaten
16 mm²63 A80 Aalgemeen toegelaten
25 mm²80 A100 Aalgemeen toegelaten
35 mm²100 A125 Aalgemeen toegelaten

De drie kleinste rijen blijven in een gewone woninginstallatie onbereikbaar. AREI 5.2.1.2 verbiedt geïsoleerde geleiders onder 2,5 mm², behalve wanneer ze integraal deel uitmaken van een machine of toestel. Toegelaten zijn enkel de uitzonderingen van Tabel 5.1: 1,5 mm² voor kringen zonder stopcontacten, 0,75 mm² voor in verdeelborden ingebouwde kringen die één enkel stopcontact voeden, en 0,5 mm² voor stuur-, controle-, meld- en meetkringen. 1 mm² staat niet in Tabel 5.1 — de tabelwaarde “6 A smeltzekering / 10 A automaat” leidt voor een vaste leiding dus nergens toe.

Belangrijk: Tabel 4.11 geeft de maximale automaat per doorsnede voor huishoudelijke installaties. Ze bewijst niet op zichzelf dat een kabel in elke plaatsingswijze voldoende stroom kan voeren. Isolatie, opbouw, plaatsing, omgevingstemperatuur en spanningsval blijven afzonderlijk te beoordelen. Voor niet-huishoudelijke installaties geldt de tabel niet; daar wordt de stroombelastbaarheid berekend volgens de regels van goed vakmanschap.

AREI-basis

AREI ArtikelRegel
Art. 4.4.1.4Tabel 4.11: Maximale nominale stroom van smeltzekering en vermogensschakelaar per geleidersdoorsnede voor huishoudelijke installaties
Art. 5.2.1.2Keuze van elektrische leidingen: doorsneden onder 2,5 mm² verboden, uitzonderingen volgens Tabel 5.1 (1,5 mm² voor kringen zonder stopcontacten)
Tabel 5.1Elektrische leidingen waarvan de doorsnede minder dan 2,5 mm² mag bedragen: 1,5 mm², 0,75 mm² en 0,5 mm², elk met vastgelegd toepassingsgebied
Art. 5.2.5Spanningsverandering (spanningsval) in leidingen moet beperkt worden tot de in de regels van het vak beschreven waarden

Waarom is dit belangrijk?

Een kabel met een te kleine doorsnede wordt bij hoge belasting warm. Als de automaat te groot gedimensioneerd is, schakelt hij niet tijdig uit — de kabel oververhit en er ontstaat brandgevaar. Daarom geldt altijd: De automaat moet kleiner of gelijk zijn aan de stroombelastbaarheid van de kabel.

Spanningsval in rekening brengen

Bij lange kabeltrajecten (bv. van de verdeler in de kelder naar de garage) kan de spanningsval te groot worden. AREI 5.2.5 noemt zelf geen percentage, maar verwijst naar de regels van goed vakmanschap. Voor de voorstudie worden doorgaans 3 % voor verlichting en 5 % voor andere eindkringen gebruikt. Daardoor kan een grotere doorsnede nodig zijn dan de tabelwaarde.

Lees hoe lengte, belasting en fase samen doorwegen in spanningsval berekenen en kabeldoorsnede kiezen, of gebruik meteen de gratis spanningsvaltool.

Veelgemaakte fout bij de keuring

Een van de meest voorkomende gebreken bij de elektrokeuring: automaat te groot voor de geïnstalleerde kabeldoorsnede. Vooral bij oudere installaties met 1,5 mm² leidingen die achteraf met 20 A-automaten werden beveiligd.

Bij het vervangen van oude smeltzekeringen door automaten is een blik op beide kolommen nuttig: een leiding van 1,5 mm² op een smeltzekering van 10 A is toegelaten, met een automaat van 16 A eveneens — een automaat van 20 A op diezelfde leiding niet.

Gerelateerde artikelen

Leg kabeldoorsneden en beveiligingen vast met PlanElec. De zelfcontrole kan ondersteunde combinaties signaleren, maar vervangt geen professionele berekening.